Dionysus is geboren uit de liefde tussen de Hemel en de Aarde. Zijn vader is Zeus, zijn moeder is een sterveling, Semele. De mooie jongen is slachtoffer geworden van een verschrikkelijke samenzwering: zijn lichaam is door jaloerse titanen uit elkaar gescheurd. De Godin Athéne hoorde te laat van de verschrikkelijke daad, zij kon de verspreide ledematen van de jongen niet meer bij elkaar rapen, maar ze heeft zijn hart gevonden. Uit het begraven hart van Dionysus is de eerste wijnstok gegroeid.
Het verhaal leeft op veel wijnminnende delen van onze aardbol, dat toen de ark na de overstroming gestrand is op een berg, Noah vertrok en met een druifstok terugkwam. Hij heeft die in de grond geprikt en vertelde dat dit het begin van een nieuw leven was. Volgens een andere variant na de regenvallen is een duif gevlogen naar Noah in de ark, met in de snavel het goede nieuws, een druiventak. Noah is met deze loot vertrokken om de inmiddels groene rijen wijnstokken te vinden.
Meer poëtische historici hebben het verhaal weer anders gebogen. Noah is volgens hen na de overstroming gaan wandelen en raakte met zijn stok het lijk van een hond, een kat, een leeuw en een varken. Toen heeft hij zijn door de bloed van de dieren doordrenkte stok in de grond gestoken, die bladeren en trossen kreeg. Van de oogst is wijn gemaakt, waarvan Noah dronken werd. De mensen die hem gezien hebben, vertelden dat hij na de eerste bokaal op een hond leek, na de tweede op een kat en na de derde op een leeuw.
Na de vierde leek hij op een varken.
Op het meest waardevolle wijngebied van de wereld, Tokaj, wordt de oorsprong in de antieke Romeinse mythologie gezocht. Men zegt dat de lucht boven Hongarije hemelde van de goden, en waar goden wonen, zijn er feesten. Ganimedes, de sommelier van de goden liep met een volle bokaal naar Jupiter toe, maar hij kon niet tegen de hitte die uit de bokaal stroomde en morste een beetje. Toevallig net boven Tokaj.
Daarom lijkt de wijn uit Tokaj op de drank van de goden.
Tokaj staat ook voorop in de rijkdom van legendes. Sopron, Eger, Villány, Szekszárd, noch het prachtige, samenhangende wijngebied rond het Balatonmeer kennen zo veel volksverhalen, naar de ruime diepten van de cultuurgeschiedenis terugvallende legendes, goddelijke sprookjes uit de tarsoly van de herinnering als Tokaj-Hegyalja. En wat kan de nationale wijncultuur zich gelukkig prijzen, waarvan de koningin een Tokaj is en het hofhouding een heel historische land, met de prins van Villány, de graven van Eger, Szekszárd en Balaton, de trotse markgraaf van Sopron, de baronnen van Somló en de overige berggebieden en de daadkrachtige lage adel van de Alföld .
Hongarije: de tuin van Eden
Sinds de historici dit land hebben ontdekt en de omgeving met de passie van onvermoeibare reizigers hebben bewandeld, spreken ze vol bewondering van de rijkdom van de wijngaarden, de goudgele oogsten vol wespengezoem, de wonderbaarlijke veelzijdigheid van de schatten uit de wijnkelders. Al koning Sint Stefanus zette in het oprichtingsdocument van het klooster van Pannonhalma de druiven op de eerste plaats, waarover een tiende belasting betaald diende te worden. Voor de Hongaren noch voor de oorspronkelijke bewoners van de Karpaten-bekken waren druiven en wijn onbekend. De Grieken hebben tot aan de Donau-delta omhoog gevaren, het gebruik van het drinken van wijn was in dit gebied dus al bekend in de eeuwen voor Christus. De Romeinen hebben Italiaanse wijnstokken meegebracht. De rondtrekkende Hongaren hebben tijdens het leven naast Turkse bevolkingsgroepen kennis gemaakt met de wijn, hun lievelingsdrank. De eerste koning heeft deze alledaagse drank van levensbelang in de voornaamste belastinggroep geplaatst.
De druiven- en wijncultuur zorgden ervoor dat de Hongaren zich aangepast hebben aan het klimaat, de maatschappij, de gebruiken en het leven zelf. Traditiegetrouw eten wij veel vlees. Onze voorouders hebben bij het onder de zadel verzachtte vlees altijd wijn of melk gedronken. De melk was niet zelden gegist. Bij het bewaren van wijn en verbouwen van druiven, omdat deze de meest ingewikkelde en veeleisende vakkennis nodig hadden, kwamen er zeer veel ervaring en een werkcultuur die ook voor de andere agrarische werkzaamheden en taken in en om het huis heen heel nuttig waren. De kleien kuipen dienden voor het bewaren van wijn, net als de lederen zak hangend op de zadel of uit de met lindebasten in elkaar gebonden duigen gebouwde houten vaten.
De uitlopers van de wijnstokken binden het millenniumoude verleden van de Hongaarse natie. De Fransen, de Spanjaarden, de Portugezen, de Italianen, de Grieken, de Duitsers en de Hongaren - slechts zeven volkeren kunnen in hun geschiedenis een zodanig rijke samenleving tussen mens en een fruit aantonen, die op alle elementen van het leven effect hebben.
Het bloed van Christus. Deze heilige metafoor kon alleen ontstaan omdat druif een fruit is die met niets valt te vergelijken, bijzonder is, een eigen leven lijdt, inspireert tot verpersoonlijking en wezensverandering. Druiven zijn wel vruchten, maar slechts een fractie van de oogst wordt rauw genuttigd. De sappige druiven worden wel uitgeperst, echter mar een klei gedeelte van dit sap wordt als alcoholvrije vruchtendrank genuttigd. Andere fruitsoorten worden ook gegist of gedestilleerd, maar van geen enkele wordt wijn gemaakt, waarbij het oorsprong, de omgeving en de naam van de maker van belang zijn. Er bestaan goede destillaten, waarbij het fijn is om te weten hoe lang ze houten vaten zijn gerijpt, maar zelfs bij die heeft het jaargang geen belang.
De wijnstok is een kruipplant, maar gezien hoe wijd het verspreid is, wordt het maar zelden als pergola gebruikt. De stengels en loten worden gesnoeid, de bladeren vaak afgescheurd, het kruipen, wordt naar een tijd niet meer begeleid, maar juist beperkt. Bij de de druif gaat het, net als bij alle fruit, om de oogst. Maar zou de boer voor een betere kwaliteit de nog groene kersen, morellen of abrikozen uitdunnen? De goede druiven, of eigenlijk de goede wijn is echter onvoorstelbaar zonder het beperken van de oogst.
De meeste wijngaarden hoeven niet begoten worden. De wortels van de planten gaan tot een diepte tot 9 tot 10 meter op zoek naar het levenschenkende water en ze slagen het zelfs op.
Enn wijnstokken lijdt een leven net als een mens. Het begint zelfstandig te lopen als het 2 á 3 jaar oud is, maar het is nog heel lang onzeker en tomeloos. Met 20 lentes kan hij al alles, maar levert pas de beste prestaties als hij al dertig- tot veertig jaar meedoet. Dan moet hij echter ook al meer rust nemen. En de wijnstok dient ons heel lang, tot zijn tachtigste, honderdste jaar.
Hongarije is het enige land ter wereld wiens gehele gebied is geschikt voor wijnbouw. Feit is dat de wijn uit het Noorden (vol zuren en karakter) en uit het Zuiden (rijk in alcohol, vurig maar fluweelachtig) alleen in Hongarije kunnen elkaar met een dergelijke vanzelfsprekendheid treffen waarmee een tien-forint munt op de boog van een goede kelder plakt.
Als we een paar bladzijden omslaan in het furmint-gele boek van de cultuurgeschiedenis, blijkt dat in de Middeleeuwen de mensen onder de landbewerkers, die zich met druiven bezighielden, een uitzonderlijke status konden krijgen.
Als we echter onderzoek doen naar de geschiedenis der rode wijn, kan het kaarslicht van onze aandacht zelfs naar de Genesis van de burgerij werpen. Waar de wijnbouwer toestemming kreeg van de belastinginner om de druiven dagen lang op het uitgeperste sap te laten liggen, daar kwam een scheiding tussen de eenvoudige handarbeider en de rechtstreekse leverancier van de landeigenaar-adel: de boerenburger. Dit is het moment, de geboorte van de rode wijn, wanneer de tot herendienst verplichte boer het pad kon betreden om een boer te worden. Hij kon een stukje grond huren, kon een betaalde kracht hebben. Er is een tweedeling in de bevolking van het dorp, er ontstaan twee verschillende kwaliteiten.
Het is net als de meest bescheiden tafels, waarop in de schaduw van de wijnkan uien leunen tegen een stuk spek, maar elders staan walnoten, glimmende appels, strakke druiventrossen en een hapje geraffineerde kaas in het gebroken licht van het kristalglas.
Ah, de gedekte tafel.
Ik ben van overtuigd, en deze gedachte wordt door talrijke wijnmakers, restaurateurs, touroperators gedeeld, dat een nationale pijler gebaseerd op het drieluik van wijnproeverij-gastronomie-toerisme niet alleen voor de branche, maar voor de hele landbouw en economie een van de break-out kan zijn. In de Alsace en op de Weinstrasse rond Mannheim wordt zeventig procent, in Burgenland, Oostenrijk vier vijfde van de ter plekke geproduceerde wijn gekocht en meegenomen door toeristen. Er zijn geen opslag- en vervoerkosten, er hoeven geen douaneaccijns worden betaald, vaak kunnen zelfs de bottelingkosten bespaard blijven, de wijn wordt geschonken naast het middag- en avondeten, de vrolijke toeristen kopen van allerlei en besluiten vervolgens om een dag langer te blijven. Ze kopen kniekousen, wandelschoenen, zijdedoeken en parfums, ze laten nog een gevlochten knoflookrij inpakken en uiteindelijk beloven ze plechtig om hier zeker nog terug te keren.
De onverslaanbare Hongaarse paprika, de met niets te vergelijken perzik (en appels, aardbeien, frambozen, vlees, zuivel, brood en broodjes) moeten aan die tafel aanbieden waar de verwende maar zeer nieuwsgierige buitenlandse toerist tijdens een wandeling in de hoop op lekkere wijn gaat zittin.
In de Europese Unie wordt er 36-38 liter wijn per inwoner gedronken. Als de doelgroep ontbloot wordt van de kinderen, abstinenten en de bescheidener oudere generatie, zien we die EU-burger die 4 á 5 dl wijn opslokt voor zijn eigen plezier in de bedrijfskantine, tijdens het zakendiner, met vrienden en thuis, voor de buis. Hij vormt onze doelgroep, aan hem moeten we onze schat tonen.
Het is geen toeval dat de Hongaarse wijn nationale schat werd genoemd. Dit is de realiteit. De wijn kan weer het handelsmerk van Hongarije worden, net als Bartók, het Gouden Elftal met Puskás, de wetenschapper Szent-Györgyi en de goulashsoup, het Parlementsgebouw en de Balatonmeer dat zijn.
Voor de volledigheid: Chile heeft ongeveer even veel wijnbouw gebied als Hongarije - het land besteedt echter acht tot negenmaal zoveel aan marketing als wij.
Het zou verstandig zijn om het tijdig duidelijk te maken dat de toetredende leden van de Europese Unie geen regeringen en niet eens staten zijn, maar particulieren die bij een volk, een staatsvorm, een traditie horen en een door hen uitgeoefende beroep vertegenwoordigen.
Ik kijk tegen de Hongaarse wijnmaker vanaf deze kant. Hij heeft alles wat belangrijk is om het beste van de wereld te worden. Hij houdt van zijn vak, verliest zich in zijn werk die hij kent. Hij kreeg van God goede land en schuin stralende zon. Zijn kelder en zijn vaten liggen hem goed in de hand. Alles wat hij weet en kan heeft hij van zijn voorouders geleerd. Hij proeft samen met zijn eigen soort, de bedwelming, welke hij in de flessen sluit is een strandwandeling op het zand, een romantiesche twijgenvuur, een liefdevolle omhelzing.
Laten we hem werken en als hij de stop van een vaat slaat, laten we geloven dat we het hart van Dionusos horen kloppen. |